HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van timp | Babel Free

Zelfstandig naamwoord CEFR B1
/tɪmp/

Definities

  1. broodje in de vorm van een langwerpige ruit of ovaal
  2. uiteinde dat in een punt uitloopt
    obsolete

Voorbeelden

“Onze timpen zijn verwante broodjes, die eveneens een scheenbeenbrood voorstellen; in vroeger tijd vertoonden de uiteinden ook twee knobbels. (…) thans is de timp, met krenten gebakken, een feestgebak met Kerstmis o.a. te Rotterdam.”
“⧖ Uit deze timp, dat de regte Hollandsche naam is, (topje van de tong, zegt men) spruiken [sic!] nu twee voorname lange spieren, welker vezelen regt nederloopen.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk timp gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten