Betekenis van timp | Babel Free
/tɪmp/Definities
- broodje in de vorm van een langwerpige ruit of ovaal
-
uiteinde dat in een punt uitloopt obsolete
Voorbeelden
“Onze timpen zijn verwante broodjes, die eveneens een scheenbeenbrood voorstellen; in vroeger tijd vertoonden de uiteinden ook twee knobbels. (…) thans is de timp, met krenten gebakken, een feestgebak met Kerstmis o.a. te Rotterdam.”
“⧖ Uit deze timp, dat de regte Hollandsche naam is, (topje van de tong, zegt men) spruiken [sic!] nu twee voorname lange spieren, welker vezelen regt nederloopen.”
ERK-niveau
B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.