HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vezelen — definition

Conjugation of vezelen

Regular CEFR B1
ˈvezələ(n)

fluisteren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vezel
jij / je vezelt
hij / zij / het vezelt
wij / we vezelen
jullie vezelen
zij / ze vezelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vezelde
jij / je vezelde
hij / zij / het vezelde
wij / we vezelden
jullie vezelden
zij / ze vezelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vezele
jij / je vezele
hij / zij / het vezele
wij / we vezelen
jullie vezelen
zij / ze vezelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vezelde
jij / je vezelde
hij / zij / het vezelde
wij / we vezelden
jullie vezelden
zij / ze vezelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vezel
jullie (archaïsch) vezelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vezelen
Tegenwoordig deelwoord
vezelend
Voltooid deelwoord
gevezeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary