HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← spieren — definición

Conjugation of spieren

Regular CEFR B2

to have a hard-on, to have an erection Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik spier
jij / je spiert
hij / zij / het spiert
wij / we spieren
jullie spieren
zij / ze spieren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik spierde
jij / je spierde
hij / zij / het spierde
wij / we spierden
jullie spierden
zij / ze spierden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spiere
jij / je spiere
hij / zij / het spiere
wij / we spieren
jullie spieren
zij / ze spieren
Aanvoegende wijs — verleden
ik spierde
jij / je spierde
hij / zij / het spierde
wij / we spierden
jullie spierden
zij / ze spierden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij spier
jullie (archaïsch) spiert

Onbepaalde vormen

Infinitief
spieren
Tegenwoordig deelwoord
spierend
Voltooid deelwoord
gespierd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary