HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← spietsen — definition

Conjugation of spietsen

Regular CEFR C2
ˈspitsə(n)

doorboren met een spies of ander puntig voorwerp Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik spiets
jij / je spietst
hij / zij / het spietst
wij / we spietsen
jullie spietsen
zij / ze spietsen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik spietste
jij / je spietste
hij / zij / het spietste
wij / we spietsten
jullie spietsten
zij / ze spietsten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik spietse
jij / je spietse
hij / zij / het spietse
wij / we spietsen
jullie spietsen
zij / ze spietsen
Aanvoegende wijs — verleden
ik spietste
jij / je spietste
hij / zij / het spietste
wij / we spietsten
jullie spietsten
zij / ze spietsten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij spiets
jullie (archaïsch) spietst

Onbepaalde vormen

Infinitief
spietsen
Tegenwoordig deelwoord
spietsend
Voltooid deelwoord
gespietst

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary