Betekenis van meesmuilen | Babel Free
/ˈmeːsˌmœy̯.lə(n)/Voorbeelden
“Ze meesmuilde toen ze hoorde over zijn mislukking.”
She sneered when she heard about his failure.
“De jongens meesmuilden terwijl de nieuwe student zijn verhaal vertelde.”
The boys laughed mockingly as the new student told his story.
“Hij meesmuilde toen hij hoorde over de onwaarschijnlijke plannen van zijn concurrent.”
He laughed in a jeering fashion when he heard about his competitor's unlikely plans.