huisgenoot
Definities
mensen met wie men in één huis woont, zonder dat er noodzakelijkerwijs ook één huishouding wordt gevoerd
Equivalenten
14 andere talen
Danskbofælle
Ελληνικάσυγκάτοικος
Esperantokunloĝanto
हिन्दीसहवासी
Magyarlakótárs
Українськаспівме́шканець
Voorbeelden
“In het studentenhuis had ik 5 huisgenoten.”
“Mijn eerste doel was flexibeler in het leven⟳ te staan⟳. Ik hoopte hierdoor geduldiger te worden⟳ en meer te gaan⟳ genieten⟳ van het hier en nu. Maar vooral ook om een aangenamere huisgenoot te worden⟳.”
ERK-niveau
C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free