Betekenis van huisgenoot | Babel Free
ˈɦœy̯s.xəˌnoːtDefinities
mensen met wie men in één huis woont, zonder dat er noodzakelijkerwijs ook één huishouding wordt gevoerd
Equivalenten
Dansk
bofælle
Ελληνικά
συγκάτοικος
Esperanto
kunloĝanto
Español
compañero de piso
हिन्दी
सहवासी
Magyar
lakótárs
한국어
룸메이트
Українська
співме́шканець
Voorbeelden
“In het studentenhuis had ik 5 huisgenoten.”
“Mijn eerste doel was flexibeler in het leven te staan. Ik hoopte hierdoor geduldiger te worden en meer te gaan genieten van het hier en nu. Maar vooral ook om een aangenamere huisgenoot te worden.”
ERK-niveau
C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free