HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← genieten — definition

Conjugation of genieten

Regular CEFR B1
ɣəˈnitə(n)

voordeel hebben van iets. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik geniet
jij / je geniet
hij / zij / het geniet
wij / we genieten
jullie genieten
zij / ze genieten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik genoot
jij / je genoot
hij / zij / het genoot
wij / we genoten
jullie genoten
zij / ze genoten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik geniete
jij / je geniete
hij / zij / het geniete
wij / we genieten
jullie genieten
zij / ze genieten
Aanvoegende wijs — verleden
ik genote
jij / je genote
hij / zij / het genote
wij / we genoten
jullie genoten
zij / ze genoten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij geniet
jullie (archaïsch) geniet

Onbepaalde vormen

Infinitief
genieten
Tegenwoordig deelwoord
genietend
Voltooid deelwoord
genoten

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary