Betekenis van oorvijg | Babel Free
/ˈoːr.vɛi̯x/Voorbeelden
“In woede gaf ze hem een oorvijg.”
In anger, she gave him a cuff on the ear.
“De leraar gaf de ongehoorzame student een oorvijg.”
The teacher gave the disobedient student a box on the ear.
“Hij ontving een oorvijg na het maken van het ongepaste commentaar.”
He received a painful smack on the side of the face after making the inappropriate comment.