Betekenis van spraak | Babel Free
/spraːk/Voorbeelden
“Hij heeft zijn spraak verloren.”
He lost his ability to speak.
“Zijn spraak was duidelijk en goed verstaanbaar.”
His way of speaking was clear and easily understandable.
“Hij heeft zijn spraak verloren.”
He lost his ability to speak.
“Zijn spraak was duidelijk en goed verstaanbaar.”
His way of speaking was clear and easily understandable.