HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van spraak | Babel Free

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk
/spraːk/

Voorbeelden

“Hij heeft zijn spraak verloren.”

He lost his ability to speak.

“Zijn spraak was duidelijk en goed verstaanbaar.”

His way of speaking was clear and easily understandable.

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk spraak gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten