Betekenis van koord | Babel Free
/koːrt/Voorbeelden
“Ik heb een koord nodig om dit pakket te binden.”
I need a cord to tie this package.
“Ze droeg een ketting aan een dun koordje.”
She wore a necklace on a thin cord.
“De acrobaat balanceerde op een strak koord.”
The acrobat balanced on a tight rope.