HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← binden — definición

Conjugation of binden

Regular CEFR B2
/ˈbɪndə(n)/

dikker maken van een saus meestal door bloem Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bind
jij / je bindt
hij / zij / het bindt
wij / we binden
jullie binden
zij / ze binden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bond
jij / je bond
hij / zij / het bond
wij / we bonden
jullie bonden
zij / ze bonden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik binde
jij / je binde
hij / zij / het binde
wij / we binden
jullie binden
zij / ze binden
Aanvoegende wijs — verleden
ik bonde
jij / je bonde
hij / zij / het bonde
wij / we bonden
jullie bonden
zij / ze bonden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bind
jullie (archaïsch) bindt

Onbepaalde vormen

Infinitief
binden
Tegenwoordig deelwoord
bindend
Voltooid deelwoord
gebonden

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary