HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van echtpaar | Babel Free

Zelfstandig naamwoord CEFR C2 Standard
ˈɛxt.paːr

Definities

twee mensen die met elkaar getrouwd zijn

Equivalenten

Azərbaycanca ər-arvad
Čeština manželé
Dansk ægtepar
Deutsch Ehepaar
English married couple
Español matrimonio
Suomi aviopari
Français couple marié
Magyar házaspár
日本語 夫妻 夫婦
한국어 부부 부처
Kurdî çift
नेपाली जोइ पोइ
Polski małżeństwo
Português casal
Kiswahili wanandoa
Türkçe çift karı koca
Українська подружжя

Voorbeelden

“Het echtpaar doet vrijwel alles samen.”
“Ik ken geen echtpaar dat geen problemen heeft gehad.”
“Het echtpaar loopt weg langs de mahoniehouten lambrisering, de met rode vlekken besmeurde tafelkleden, de omgegooide zilveren kannen en de voedselresten.”

ERK-niveau

C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
See all C2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk echtpaar gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free