Betekenis van afkwam | Babel Free
Definities
enkelvoud verleden tijd van afkomen
form-of, with-subordinate-clause
Voorbeelden
“... dat ik afkwam.”
“... dat jij afkwam.”
“... dat hij, zij, het afkwam.”
“Zo had ze op een avond dat ik, zoals mijn gewoonte was, broodnuchter in mijn gebruikelijke hoekje het circus kroeglopers zat te bestuderen, een stoel gepakt, hem naast de mijne gezet en op zeer vertrouwelijke toon, die naar brandende hennep rook, opgebiecht dat ze vervloekt was en toen ik haar vroeg wat die vloek dan inhield zei ze dat het haar maagdelijkheid was waar ze maar niet van afkwam.”
“Zweetlucht walmde om ons heen, nog sterker dan de odeur van een dode bunzing die van haar spullen afkwam.”
ERK-niveau
C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.