Betekenis van vakantieseizoen | Babel Free
Definities
periode van het jaar dat veel mensen op vakantie gaan
Voorbeelden
“In de afgelopen tweeënhalve maand was gemiddeld ongeveer 1 op de 9 van de positief geteste mensen op reis in de periode voor de test; dat aandeel was in de afgelopen week dus fors hoger. Verrassend is dat niet, gezien het vakantieseizoen.”
“De zee bij Torrevieja was gisteren verraderlijk vanwege de harde wind. Op het strand waren bovendien geen badmeesters aanwezig, omdat het vakantieseizoen sinds 15 september voorbij is.”
“Nieuwe vliegtuigen kopen lost de problemen in ieder geval dit vakantieseizoen niet op. "Er is een algemeen tekort aan vliegtuigen in de wereld. De leveringen van nieuwe vliegtuigen hebben vertraging opgelopen, tijdens de pandemie hebben bouwers de productie verlaagd", zegt Rico Luman, econoom Transport en Logistiek bij ING Research.”
ERK-niveau
C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.