HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van truis | Babel Free

Zelfstandig naamwoord CEFR B1
trœys

Definities

  1. tros, bosje
  2. pluk tabak
  3. pluim, kwastje
  4. Bargoens drie

Voorbeelden

“'t Ging nader en bezag de blomme wat nauwkeuriger, maar wat stond het verbaasd, toen het te midden in den bloemenstruik een truis gouden sleutels zag liggen, die aan een gouden ringel geschakeld zaten en waarin het woord ‘Hemel’ gesneden stond.”
“En een pijp steekt hij op. Met een grote truis boven de doorrookte kop.”
“Voor een man was het een wit overhemd met overgekrulde halsband en een witte slaapmuts met een lange truis.”
“Hangt nen truisch hem over 't hoofd, van den leeuwerk, van den leeuwerk, hangt nen truisch hem over 't hoofd, eer gij hem de vrijheid rooft.”
“truis ballen”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
See all B1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk truis gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free