Betekenis van seizoenshelft | Babel Free
Definities
de helft van de periode in een jaar dat men een bepaalde activiteit verricht
Voorbeelden
“Tenminste, dat was de opzet. In Nijmegen belandde hij van de regen in de drup. "De eerste seizoenshelft heb ik niet veel gespeeld, alleen een paar invalbeurten. De tweede helft heb ik wel gespeeld. En voor mijn gevoel heb ik het toen goed gedaan. In voorbereiding naar dit seizoen heb ik geprobeerd die lijn door te trekken, maar dat liep niet zo vlotjes."”
“Het openingsdoelpunt tegen Granada was alweer zijn derde treffer van 2020. Een flinke verbetering ten opzichte van de eerste seizoenshelft, waarin de Oranje-international in zeventien wedstrijden slechts twee keer scoorde.”
ERK-niveau
C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.