koopkracht
Definities
de hoeveelheid goederen of diensten die gekocht kan worden met een bepaald geldbedrag, bijvoorbeeld het besteedbaar inkomen
Equivalenten
20 andere talen
العربيةقُدْرَة شِرائِيَّة
Češtinakupní síla
Ελληνικάαγοραστική δύναμη
Eestiostujõud
Bahasa Indonesiadaya beli
Íslenskakaupmáttur
Italianopotere d'acquisto
日本語購買力
ქართულიმსყიდველობითი უნარი
한국어구매력
Polskisiła nabywcza
Românăputere de cumpărare
Русскийпокупательная способность
Slovenčinakúpna sila
Svenskaköpkraft
Türkçealım gücü
Українськакупіве́льна спромо́жність
Voorbeelden
“Voor vrijwel iedereen daalt in het komend jaar de koopkracht (behalve voor het topmanagement natuurlijk die rustig kan doorgaan met zakkenvullen).”
“Het kabinet ziet toch mogelijkheden om dit jaar nog iets te doen⟳ aan de koopkracht van de mensen met een laag of middeninkomen.”
“Door de energiecrisis en de inflatie staat vooral de koopkracht van mensen met een laag of middeninkomen onder druk. Voor de laagste inkomens presenteerde het kabinet dit voorjaar al een pakket van 6 miljard euro. Minima krijgen⟳ een energietoeslag van 800 euro, het minimumloon en de AOW worden⟳ verhoogd en de energiebelasting wordt verlaagd.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free