Betekenis van klapliep | Babel Free
/ˈklɑplip/Definities
enkelvoud verleden tijd van klaplopen
form-of, with-subordinate-clause
Voorbeelden
“... dat ik klapliep.”
“... dat jij klapliep.”
“... dat hij, zij, het klapliep.”
“Ze zegt, dat hij altijd zo geweest is, dat hij altijd klapliep om een gratis borrel.”
“Abstrakte studie boeide hem hevig, en daarom kon 't hem ook geen lor schelen, of ie verdiende of niet, karakterloos en verachtelijk klapliep of niet, parisiteerde of niet.”
“Men zag hem dan ook zeer dikwijls in het gezelschap van den heer Koost; men zeide, dat hij klapliep op diens beurs — 't kon wel wezen, dat men gelijk had.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.