Betekenis van halfkoers | Babel Free
/ˌhɑlᵊfˈkurs/Definities
halverwege een (wieler)wedstrijd
Voorbeelden
“Halfkoers was de 23-jarige schaatsster uit Wanneperveen weggesprongen, samen met Jessica Merkens, Maud Wijtkamp, Merel Bosma en Ankie Ytsma. Wijtkamp haakte in de finale als eerste af. Bosma troefde in de strijd om het zilver IJtsma af en kwam vijf seconden na Dedden over de finish.”
“Stybar zegeviert in eigen land Bij de mannen greep de Tsjech Zdenek Stybar de wereldtitel. De winnaar van de wereldbeker reed halfkoers weg bij de Belgen Sven Nys en Klaas Vantornout en de Zwitser Christian Heule en bleef weg.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.