HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← belgen — definición

Conjugation of belgen

Regular CEFR C2
/ˈbɛl.ɣə(n)/

to become angry Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik belg
jij / je belgt
hij / zij / het belgt
wij / we belgen
jullie belgen
zij / ze belgen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik belgde
jij / je belgde
hij / zij / het belgde
wij / we belgden
jullie belgden
zij / ze belgden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik belge
jij / je belge
hij / zij / het belge
wij / we belgen
jullie belgen
zij / ze belgen
Aanvoegende wijs — verleden
ik belgde
jij / je belgde
hij / zij / het belgde
wij / we belgden
jullie belgden
zij / ze belgden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij belg
jullie (archaïsch) belgt

Onbepaalde vormen

Infinitief
belgen
Tegenwoordig deelwoord
belgend
Voltooid deelwoord
gebelgd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary