HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

duo

Zelfstandig naamwoord CEFR C2 Standard
ˈdy(ʋ)oː

Definities

  1. twee personen die samen optreden of iets verrichten
  2. zitplaats voor een bijrijder op een motorfiets
  3. onderdeel van de Nederlandse rijksoverheid dat de regels over geld voor scholen en studenten uitvoert
    abbreviation
  4. muziekgroep bestaande uit twee mensen
  5. toegevoegde zitplaats achterop een vervoermiddel dat gewoonlijk voor één persoon bestemd is
  6. muziekstuk bedoeld om door twee mensen te worden uitgevoerd

Equivalenten

28 andere talen
Българскидует
Bosanskiparпара
Češtinaduodvojhlas
Cymraegdeuawd
Esperantoduopo
Gàidhligòran-càraid
עבריתצמד
हिन्दीमिथुन
Hrvatskiparпара
Bahasa Indonesiaduet
Íslenskapar
Italianoduettoduo
한국어듀엣
Nederlandsduetduopassagierkoppelpaar
Portuguêsduetoduoduplapar
Српскиparпара
Svenskaduettduo
Türkçeçiftdüetdüettoikili
Українськадві́йкадует

Voorbeelden

Daarmee lijken ze enigszins op Jip en Janneke, het duo dat Annie M.G. Schmidt creëerde, (…)”
Het kleinst mogelijke ensemble is natuurlijk het duo, zeg: viool en piano of fluit en harp.”
Het Vioolconcert van de vergeten Karlowicz is grauwer dan de groezeligste bladzijden vanhet repertoire’, is onbeduidender dan een duo van Mazas, is onbenulliger bijna dan het Vioolconcert van Witte396 of Manasse van Hegar.”
Met Willy is het weer in orde, behoeft geen babykleertjes te maken, heeft met een kennis een ritje op de duo van een motor gemaakt.”
Van Arosa tot voorbij Litzirüti gesleed. (…) Veel vaart en met Ol op de duo moeilijk.”

ERK-niveau

C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
See all C2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk duo gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free