Betekenis van autonomie | Babel Free
ɑu̯.toː.noːˈmiDefinities
- gedeeltelijk zelfbestuur (met de mogelijkheid om zelf wetgeving te maken)
- onafhankelijkheid (van de menselijke geest)
- zelfvoorzienendheid (onafhankelijk van externe 'input' en/of energie)
Equivalenten
English
autonomy
Voorbeelden
“Vlaanderen wil steeds meer autonomie.”
“Spanje en Marokko stonden een jaar lang lijnrecht tegenover elkaar. De crisis begon toen Spanje een prominent lid van de onafhankelijkheidsbeweging Polisario in een Spaans ziekenhuis had opgenomen. Polisario strijdt voor de autonomie van de Westelijke Sahara en wordt door Marokko als terroristisch gezien. Spanje had Marokko niet ingelicht over de opname en dat viel verkeerd in Rabat. Marokko besloot zelfs de grenscontroles te staken.”
“Patiënten eisen steeds meer autonomie op, met name t.a.v. het eigen levenseinde, maar dat komt soms in conflict met de autonomie van hulpverleners.”
“De autonomie van dit bedrijf ging zover dat ze niet meer waren aangesloten op het stroomnet.”
“"VU, hef niet je aardwetenschappen-afdeling op!", schrijft hoofdgeoloog van de Geologische Dienst Nederland, Michiel van der Meulen van TNO, in een oproep op LinkedIn. "Als ze dit besluit doorzetten, keren ze hun rug naar de samenleving en de toekomst", gaat hij verder. "Of het nou voor een beter milieu is, meer welvaart of grotere autonomie - voor Nederland, Europa of de wereld: aardwetenschappers leveren een essentiële bijdrage."”
ERK-niveau
C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free