HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van afmaker | Babel Free

Zelfstandig naamwoord CEFR B1
/ˈɑfmakər/

Definities

  1. iemand die een actie succesvol voltooit
  2. in een komisch duo degene die de pointe plaats
  3. iemand die een ander persoon of dier afmaakt, een moordenaar, een doder

Voorbeelden

“Opening met dynamiet. Een nachtmerriescenario voor Feyenoord, na tien minuten zakt spits en eredivisietopscorer Nicolai Jørgensen naar de grond: achillespeesblessure. Ook dat nog. Exit Jørgensen, zo evident als afmaker en aanspeelpunt. Michiel Kramer vervangt hem. Feyenoord is onherkenbaar, is bang om te voetballen, met de terugspeelballen op doelman Brad Jones als weerspiegeling van de angst.”
“In het duo Rijk de Gooyer en Johnny Kraaijkamp was Johnny Kraaijkamp de afmaker.”
“Het gevaar kwam van Sander en Dorien, wist ze uit ervaring. Aangever en afmaker. Duo Doortrapt.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk afmaker gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten