Betekenis van achterliep | Babel Free
Definities
enkelvoud verleden tijd van achterlopen
form-of, with-subordinate-clause
Voorbeelden
“... dat ik achterliep.”
“... dat jij achterliep.”
“... dat hij, zij, het achterliep.”
“Ze liet haar blik nog één keer langzaam en precies over de spoorlijnen glijden, vergeleek de tijd op haar polshorloge met die op de stationsklok, constateerde verontwaardigd dat die laatste achterliep, en met een sierlijk maar streng gebaar haalde ze uit haar borstzak een rood fluitje vandaan, klaar om het vertreksignaal af te kondigen.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.