HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kondigen — definition

Conjugation of kondigen

Regular CEFR C2
ˈkɔn.də.ɣə(n)

officieel bekend maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kondig
jij / je kondigt
hij / zij / het kondigt
wij / we kondigen
jullie kondigen
zij / ze kondigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kondigde
jij / je kondigde
hij / zij / het kondigde
wij / we kondigden
jullie kondigden
zij / ze kondigden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kondige
jij / je kondige
hij / zij / het kondige
wij / we kondigen
jullie kondigen
zij / ze kondigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kondigde
jij / je kondigde
hij / zij / het kondigde
wij / we kondigden
jullie kondigden
zij / ze kondigden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kondig
jullie (archaïsch) kondigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
kondigen
Tegenwoordig deelwoord
kondigend
Voltooid deelwoord
gekondigd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary