HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van heiboer | Babel Free

Zelfstandig naamwoord CEFR B1

Definities

  1. boer die een kleine boerderij heeft op arme grond
  2. domkop, sukkel
    pejorative

Voorbeelden

“In zijn column Tukker (20/4) verwijst Hugo Camps naar de eigenschappen die Erik ten Hag door sportjournalisten toegedicht kreeg vanwege zijn Twentse afkomst: Tukker, het accent van een bietenveld, onbereikbaar voor taal, mode en drank, agrarische no-nonsense, gorgelend accent, brabbeltaaltje, sobere heiboer, provinciaal stamboomtukker. Camps: „Zet Ten Hag op een tractor en fluitend bemest hij heel Twente.” In dezelfde krant schrijft Youp van ’t Hek over een rare Twentse tuinkabouter (Paasvuurtjes, 20/4). Het roept bij mij de vraag op of de redactie van NRC minder alert is geworden op stereotyperingen en vooroordelen ten aanzien van bevolkingsgroepen en andere minderheden?”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk heiboer gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten