HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← aanzien — definición

Conjugation of aanzien

Regular CEFR B2
/ˈaːn.zin/

dulden, tolereren, kijken zonder te handelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik aanzie
jij / je aanziet
hij / zij / het aanziet
wij / we aanzien
jullie aanzien
zij / ze aanzien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik aanzag
jij / je aanzag
hij / zij / het aanzag
wij / we aanzagen
jullie aanzagen
zij / ze aanzagen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik aanzie
jij / je aanzie
hij / zij / het aanzie
wij / we aanzien
jullie aanzien
zij / ze aanzien
Aanvoegende wijs — verleden
ik aanzage
jij / je aanzage
hij / zij / het aanzage
wij / we aanzagen
jullie aanzagen
zij / ze aanzagen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij aanzie
jullie (archaïsch) aanziet

Onbepaalde vormen

Infinitief
aanzien
Tegenwoordig deelwoord
aanziend
Voltooid deelwoord
aanzien

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary