HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van visdag | Babel Free

Zelfstandig naamwoord CEFR B1
/ˈvɪzdɑx/

Definities

  1. dag waarop men kan vissen
  2. dag waarop men vis in plaats van vis eet; vrijdag

Voorbeelden

“Ik heb de veranderingen de laatste jaren dan ook met leed aangezien. O.a. omdat er 1 x per jaar een Loosdrechtse Visdag word georganiseerd die oergezellig is, de Vuntus visdag en deze dag wordt bedreigd door de woekerende Cabomba plant. Trollen op snoek is bijna onmogelijk geworden.”
“„Ha, ha, die vraag had ik wel verwacht. Wat vind je er van om op vrijdag noch vlees noch vis te eten? Of liever nog twee dagen vegetarisch te eten. Dat is nog beter voor het milieu. Dat van vrijdag visdag is een ouwe truc om een katholieke traditie in ere te herstellen. Daar trappen de mensen niet meer in.””
“Vrijdag is visdag en Goede Vrijdag is de hoogdag van alle visdagen. Wie zich dan te goed doet aan een stevige lap vlees, is een slechte katholiek. Net zoals een moslim een slechte moslim en een jood een slechte jood is als hij varkensvlees eet.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk visdag gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten