Betekenis van koeskoes | Babel Free
/ˈkuskus/Definities
- oorspronkelijk matrozenkost van gortepap met kruiden en azijn, ook gebruikt als aanduiding voor andere gerechten uit vermengde goedkope ingrediënten
- zoogdier met een grijpstaart en zeer dichte pels, lid van de familie Phalangeridae uit de orde klimbuideldieren Diprotodontia
- stekelig soort gras Chrysopogon aciculatus
-
onaantrekkelijke mengelmoes figuratively, pejorative
Voorbeelden
“⧖ Tegen tien ure verschijnt men en négligé - wel te verstaan, wanneer men en famille is, anders gekleed - aan de algemeene ontbijttafel, waar een half Europeesch en half inlandsch ontbijt voor de huisgenooten en gasten in gereedheid staat: nassi, kerri, sambal, een koeskoes van uijen [sic!], verrotte garnalen en fijn gewreven Spaansche peper - gebraden visch, wat ham of eene ‘ajam panggang’ - eene kip op den rooster gebraden met citroensap en Spaansche peper - koude varkenscarbonaadjes, beafsteak en eijeren, bij wijze van kalfsoogen of eijerstruif [sic!].”
“⧖ Van Mauriks psychologische kennis is, volgens Netscher, ‘een koeskoes van huisbakken opmerkingen, konventioneele opvattingen en generaliseerende moralisaties, die men bij den eersten den besten broodschrijver kan aantreffen.’”
“Deze röntgenfoto van een gewonde koeskoes (een buideldier dat kan klimmen) laat zien dat de moeder een baby bij zich draagt.”
“⧖ Naam. In 't Latijn Gramen aciculatum; in 't Maleits Cussu cussu, en Djintam utan; in 't Ternataans en Amboins, ook Cussu Cussu; in 't Baleits Badjang badjang; onze Duitzen noemen 't Bosluysen, en Koeskoes.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.