HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← klimmen — definition

Conjugation of klimmen

Regular CEFR B2
ˈklɪ.mə(n)

bewegen in een omhooggaande richting dan wel over obstakels Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik klim
jij / je klimt
hij / zij / het klimt
wij / we klimmen
jullie klimmen
zij / ze klimmen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik klom
jij / je klom
hij / zij / het klom
wij / we klommen
jullie klommen
zij / ze klommen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik klimme
jij / je klimme
hij / zij / het klimme
wij / we klimmen
jullie klimmen
zij / ze klimmen
Aanvoegende wijs — verleden
ik klomme
jij / je klomme
hij / zij / het klomme
wij / we klommen
jullie klommen
zij / ze klommen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij klim
jullie (archaïsch) klimt

Onbepaalde vormen

Infinitief
klimmen
Tegenwoordig deelwoord
klimmend
Voltooid deelwoord
geklommen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary