Betekenis van bloemschik | Babel Free
ˈblumsxɪkDefinities
-
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloemschikken form-of
-
gebiedende wijs van bloemschikken form-of
-
tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloemschikken form-of, inversion
Voorbeelden
“Ik bloemschik.”
“Bloemschik!”
“Bloemschik je?”
“Ik kook waarschijnlijk net zo slecht als ik bloemschik.”
“Intussen bloemschik ik rozen, steek ik kaarsjes en wierook aan; ik trek mijn mooiste overhemd aan en maak in mijn i-Tunes een afspeellijst met vijfenveertig nummers die allemaal over ons gaan.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.