Betekenis van amuseerde | Babel Free
Definities
enkelvoud verleden tijd van amuseren
form-of
Voorbeelden
“Ik amuseerde.”
“Jij amuseerde.”
“Hij, zij, het amuseerde.”
“Hoewel Chantal zich amuseerde, bleef ze bewust op het randje van de conversatie.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.