Betekenis van winterdag | Babel Free
/ˈʋɪn.tərˌdɑx/Voorbeelden
“Op een heldere winterdag gingen we schaatsen.”
On a clear winter day, we went ice skating.
“Het was een koude winterdag met temperaturen onder het vriespunt.”
It was a cold winter day with temperatures below freezing.
“Tijdens een winterdagje gingen we altijd naar opa en oma.”
On a short winter day, we always went to grandma and grandpa's house.