Betekenis van groeitijd | Babel Free
/ˈɣrujtɛit/Definities
- de periode van het jaar dat iets groeit
- de totale tijd die nodig is voor het groeien
- de tijd dat iets groeit
Voorbeelden
“Paddenstoelen hebben hun groeitijd vooral in de herfst.”
“Sommige houtsoorten hebben een langere groeitijd dan anderen.”
“In de groeitijd van de economie zijn er veel te veel kantoren gebouwd.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.