Betekenis van ambieerde | Babel Free
Definities
enkelvoud verleden tijd van ambiëren
form-of
Voorbeelden
“Ik ambieerde.”
“Jij ambieerde.”
“Hij, zij, het ambieerde.”
“Het louter verzamelen van knipsels over zaken die sinds 1993 in de publiciteit waren gekomen en dat achter aan het oude boek plakken, ambieerde ik niet.”
“Hij ambieerde duidelijk een wetenschappelijke carrière, profileerde zich in het land en daarbuiten.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.