Betekenis van Woen | Babel Free
/ʋun/Voorbeelden
“Een van die afgoden, van hun eigen maaksel, was Woen, de stormwind, van waar wy nog het heidensch woord Woens-dag en Woens-wagen (...) bewaard hebben. (Gezelle, 1864)”
One of their idols, of their own creation, was Woden, the stormwind, whence we still have conserved the heathen word Wednesday and Woden's carriage (...)
“Die jonge kerel groeit in zijne verbeelding tot een Woen die op een gevleugeld ros door de lucht rijdt. (Stijn Streuvels, 1926)”
That young man is growing in his imagination into a Woden who rides through the skies on a winged horse.
“2013”
The god Woden is hence named after the exalted ecstasy our heathen forefathers imagined when they thought of him.