Betekenis van thuiszit | Babel Free
Definities
-
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van thuiszitten form-of, with-subordinate-clause
-
tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van thuiszitten form-of, with-subordinate-clause
-
derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van thuiszitten form-of, with-subordinate-clause
Voorbeelden
“... dat ik thuiszit.”
“... dat jij thuiszit.”
“... dat hij thuiszit.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.