HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van tichel | Babel Free

Zelfstandig naamwoord mannelijk
/ˈtɪ.xəl/

Voorbeelden

“Hij wierp met een tichel naar dat tuig van de richel: één pot nat, zonder gewichel.”

He threw a roof tile at that scum of the earth: it doesn't take a sixth sense to tell they aren't that different.

“1842, Franz Ludwig Zahn, "S 6. Torenbouw van Babel", in Bijbelsche geschiedenissen, tr. from German, J. Noordendorp (publ., revised ed., 1867), page 15. Maar het geschiedde als zij tegen het Oosten togen, dat zij eene laagte vonden in het land Sinear, en zij woonden aldaar; en zij zeiden een ieder tot zijnen naaste: Kom aan, laat ons tichelen strijken en wel doorbranden; en de tichel was hun voor steen en het lijm was hun voor leem.”

(please add an English translation of this quotation)

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk tichel gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten