HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

azalea

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk CEFR C2 Specialized
aːˈzaː.leː.aː

Definities

  1. sierstruik van het geslacht rhododendron
  2. sierstruik horende tot de heidefamilie (Ericaeceae)

Equivalenten

EnglishAzalea
Españolazalea
20 andere talen
Българскиазалия
Češtinaazalka
DeutschAzalee
Ελληνικάαζαλέα
Esperantoazaleo
Suomiatsalea
Gaeilgeasáilia
Հայերենլեռնավարդ
Italianoazalea
ქართულიდეკა
Latinaazalea
Portuguêsazáleaazaléia
Românăazalee
Русскийазалия
繁體中文杜鵑杜鵑花

Voorbeelden

Wie droomt van een appelboom in de voortuin of blauwe bessen tussen azalea en erica moet toeslaan, want het pootseizoen van fruitbomen en -struiken is gestart. In het beekdal van de Wapserveense Aa, zuidwest Drenthe, ligt biodynamische kwekerij De Vrolijke Noot, en dat is nu the place to be voor fruit- en notenbomen; die plant je tussen november en maart, als het blad eraf is en de sapstromen rusten. Op voorwaarde dat strenge vorst uitblijft, zodat je nog een pootgat kunt graven.”

ERK-niveau

C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
See all C2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk azalea gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free