Betekenis van associeer | Babel Free
Definities
-
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van associëren form-of
-
gebiedende wijs van associëren form-of
-
tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van associëren form-of, inversion
Voorbeelden
“Ik associeer.”
“Associeer!”
“Associeer je?”
“‘Ik heb er eigenlijk nooit bij stilgestaan dat een ziekenhuis een psychiatrische afdeling heeft. Dat associeer je eerder met een inrichting ergens in de bossen.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.