Betekenis van uitsleep | Babel Free
/ˈœy̯tˌsleːp/Definities
-
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitslepen form-of, with-subordinate-clause
-
enkelvoud verleden tijd van uitslijpen form-of, with-subordinate-clause
Voorbeelden
“... dat ik uitsleep.”
“... dat jij uitsleep.”
“... dat hij, zij, het uitsleep.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.