HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

sabbat

Zelfstandig naamwoord mannelijk CEFR C2 Specialized
ˈsɑ.bɑt

Definities

  1. zevende dag van de week, zaterdag, joodse rustdag (111×: Ex. 16:23 +, Lev. 16:31 +, Num. 15:32 +, Deut. 5:12 +, 2 Kon. 4:23 +, Jes. 1:13 +, Jer. 17:21 +, Ez. 46:1 +, Hos. 2:13, Am. 8:5 +, Ps. 92:1, Klaagl. 2:6, Neh. 9:14 +, 1 Kron. 9:32 +, 2 Kron. 23:4 +; ook 55× in NT), van vrijdagavond tot zaterdagavond, als rustdag die gewijd is aan de verering van God
  2. rustdag, rusttijd

Equivalenten

10 andere talen
Bosanskisabat
Češtinasabatšábes
Hrvatskisabat
ItalianoShabbat
한국어안식일
NederlandsSabasjabbatsjabbessjabbos
Русскийшабба́т
Српскиsabat
Svenskashabbes

ERK-niveau

C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
See all C2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk sabbat gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free