Betekenis van opschrok | Babel Free
Definities
-
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschrokken form-of, with-subordinate-clause
-
enkelvoud verleden tijd van opschrikken form-of, with-subordinate-clause
Voorbeelden
“... dat ik opschrok.”
“... dat jij opschrok.”
“... dat hij, zij, het opschrok.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.