Betekenis van opmarcheerde | Babel Free
Definities
enkelvoud verleden tijd van opmarcheren
form-of, with-subordinate-clause
Voorbeelden
“... dat ik opmarcheerde.”
“... dat jij opmarcheerde.”
“... dat hij, zij, het opmarcheerde.”
ERK-niveau
C1
Gevorderd
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.
Dit woord behoort tot de ERK C1-woordenschat — niveau gevorderd.