Betekenis van oehoede | Babel Free
Definities
enkelvoud verleden tijd van oehoeën
form-of
Voorbeelden
“Ik oehoede.”
“Jij oehoede.”
“Hij, zij, het oehoede.”
ERK-niveau
B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.