Betekenis van multipliceerde | Babel Free
Definities
enkelvoud verleden tijd van multipliceren
form-of
Voorbeelden
“Ik multipliceerde.”
“Jij multipliceerde.”
“Hij, zij, het multipliceerde.”
ERK-niveau
C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free