Betekenis van incasseer | Babel Free
/ˌɪŋkɑˈser/Definities
-
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van incasseren form-of
-
gebiedende wijs van incasseren form-of
-
tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van incasseren form-of, inversion
Voorbeelden
“Ik incasseer.”
“Incasseer!”
“Incasseer je?”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.