Betekenis van hoor thuis | Babel Free
/ˈhor ˈtœys/Definities
-
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van thuishoren form-of
-
gebiedende wijs van thuishoren form-of
-
tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van thuishoren form-of, inversion
Voorbeelden
“Ik hoor thuis.”
“Hoor thuis!”
“Hoor je thuis?”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.