Betekenis van beid | Babel Free
Definities
-
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beiden form-of
-
gebiedende wijs van beiden form-of
-
tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beiden form-of, inversion
Voorbeelden
“Ik beid.”
“Beid!”
“Beid je?”
ERK-niveau
B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.