Betekenis van aanbid | Babel Free
/ˈambɪt/Definities
-
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanbidden form-of
-
gebiedende wijs van aanbidden form-of
-
tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanbidden form-of, inversion
Voorbeelden
“Ik aanbid.”
“Aanbid!”
“Aanbid je?”
ERK-niveau
C2
Beheersing
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.
Dit woord behoort tot de ERK C2-woordenschat — niveau beheersing.